Abbildungen der Seite
PDF
EPUB
[ocr errors]
[ocr errors]

De afschaffing van de pantjen-diensten, door G. F. C. ROSE . 737

Personeele diensten van de inlandsche bevolking inzonderheid in Java

en Madoera, door een ambtenaar bij het Binnenlandsch Bestuur . 742

Cijfers en feiten uit het eerste gedeelte van het Koloniaal Verslag

voor 1881, door v. K .

753

Varia. .

785

Inlandsche waterstaatsbeambten. Een nog altijd onopgeloste belas-

tingquaestie. Een officieel getuigenis omtrent den toestand van

Bantam. Drie vragen naar aanleiding van de Indische begrooting.

Koloniale Literatuur .

793

Critische Overzichten van: Annie Foore's roman De ran Sons, door

G. VALETTE; CORDES' Djati-bosschen, door K. W. van GORKOM; Carl

Bock's Reis in Oost- en Zuid-Borneo door Perelaer en Kriens'

Hollandsch-Maleisch Technisch Marine-zakwoordenboek, door Prof.

Dr. DE HOLLANDER. ?)

Berichten en Mededeelingen.

Nieuwe Uitgaven.

Wetenschap en Industrie.

816

Vrijmetselarij in Britsch-Indië. - De merkwaardige geharoe-boom. -

Bezoldiging en getal der ondercollecteurs op Java. Het tanden-

vijlen bij de inlanders. De vermindering van den veestapel door

de vee-typhus. -- Hoeveel personen gedurende 1880 in Nederlandsch-

Indië omkwamen door ongelukken.

De Mangkasaren en Boegineezen, I, door R. Van Eck 2)

824

Feuilleton

844

Voor twee jaar met verlof, door Sally.

De spoorwegtarieven op Java, door A. BN. SLOET VAN OLDRUITENBORGH. 855

De misleiding van de Regeering bij de eerste Atjehsche expeditie,

door EGTER VAN WISSEKERKE, Gep. Kol. der Genie, Chef van

Staf bij de eerste expeditie tegen Atjeh .

877

[ocr errors]

843 ве y. b, roode doode

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

Biz.

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

De Indische strafwetgever moet rekening houden met bestaande toe-
standen, door G. W. W. C. BN. VAN HOËVELL.

882

Een tijdschrift voor contrôleurs bij het Binnenlandsch bestuur in

N. I., door H. E. STEINMETZ

887

Maandelijksche Revue van Brochures, Tijdschriften en Dagbladen. 895

BUITENLANDSCHE PERS: Allen's Mail over de moeielijkheden

welke men in Britsch-Indië ondervindt tengevolge van de partij-

schappen in Engeland. UIT DE BINNENLANDSCHE PERS: de heer

Hudig raadt in de Economist de opleiding in Nederland van jon-

gelieden voor de Indische cultures aan; de Amsterdamsche Courant

publiceert getallen die den achteruitgang van Nederlands handel met

Indië moeten bewijzen; het Dagblad becijfert de weldaden van ons

koloniaal beheer; de Standaard bespreekt den vloek van de opium,

en ook het Vaderland wil dat er gehandeld worde, het Handelsblad,

het Dagblad, de Amsterdam:che Courant, het Vaderland, de Nieuwe

Rotterdamsche Courant en de Standaard beoordeelen de Indische

begrooting; het Vaderland noemt het voorloopig . verslag over die

begrooting de uitkomst van een oppervlakkig onderzoek en roemt

het antwoord van den Minister; gedachtenwisseling van het Han-

delsblad, den heer Rose, het Dagblad, de Amsterdamsche Courant

en den heer van Bloemen Waanders over de persoonlijke diensten;

de Amsterdamsche Courant ontsteekt haar licht over de grondcon-

versie op Java; de heer van den Berch van Heemstede onthult in

het Dagblad den gevaarlijken toestand op Java in 1874 en het ware

staatsbegrip; de Amsterdamsche Courant dringt op het publiceeren

van de Atjeh-stukken aan; het Vaderland en het Dagblad zeggen

hun meening over de zaak van der Heijden; de schrijver van een

artikel in het Dagblad keurt de herziening van de formatie-tableaux

voor het Indische leger af; de beschrijving van de inwijding eener

kerk te Modjo Warno, door Dr. J. C. Schagen van Soelen.

Varia.

947

Een rapport over de werking van een gemeentestelsel in Britsch-

Indië Een beweging tegen de opium elders. Adres in zake

de bekhouding der vreemde oosterlingen. Een officieel bericht

over Bantam. Moeten inlandsche scholen landbouwscholen wor-

den? De porto's voor drukwerken in Indië. Parcs vaccinogè-

Iets over de officiëele bescheiden betreffende he: ontstaan

van den oorlog tegen Atjeh. De zaak van der Heijden Een

stoomtram in Atjeh.

Koloniale Literatuur .

994

Critische Overzichten: van Prof. Pijnappel's Geographie van Neder-

landsch-Indie, 3e druk, door De HOLLANDER; van J, Hendrik vau

Balen's, Avontuurljke reizen, III, door H. von Rosenberg; van Cath.

F. van Rees', Oostersch Bloed, door W. DOORENBOS; van het Jaar-

boekje voor het Mijnwezen in Ned. Oost-Indie, door Corns. DE GROOT.

Berichten en Mededeelingen.

Nieuwe Uitgaven.

Wetenschap en Industrie

. 1015

De laatste volkstelling in Britsch-Indie. Slachtoffers van en maat-

regelen tegen slangen en wilde beesten in Britsch-Indië. – Handel

van Nederlandsch-Indië met New-York, Antwerpen en Lissabon.

Rameé-bereiding: Geluidmakende mieren op Sumatra.

De Mangkasaren en Boegineezen, II, door R. VAN ECK

1020

[ocr errors]

nes.

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

De Registreering der gereserveerde Gronden

TEN BEHOEVE VAN DE

GOUVERNEMENTS-KOFFIECULTUUR,

DOOR

P. H. VAN DER KEMP.

Bij de bepaling van het maximum komt alles aan op plaatselijke kennis, beleid en practisch inzicht."

Toelichtende nota in Bijblad 110. 3378.

„Wordt in deze nota geen bepaalde grens aangegeven voor hetgeen ter berekening van het maximum noodig is, toch zal het vorenstaande den ambtenaar die met beleid en goeden wil te werk gaat, tot eenigen leiddraad kunnen dienen.”

Nota als voren.

Er wordt zoo dikwijls in het ronde en niet altijd met evenveel juistheid over ondoelmatige administratie, overmaat van schrijfwerk, enz. bij het Binnenlandsch Bestuur geklaagd, dat het wel eens zijn nuttige zijde kan hebben, om het min of meer juiste dezer klacht door de behandeling van een bepaald onderwerp, gezet te beschouwen. Geen zaak leent zich daartoe zoo wel als de regeling van den Gouvernements-koffieaanplant, wijl de zorg voor deze bron van inkomsten het gansche Binnenlandsch Bestuur nog als 't ware vervult, zoodat men verwachten mag, dat aan hare administratieve voorschriften zóóveel zorg is besteed geworden, dat zij als 't ware een typisch, een toongevend geheel vormen. Deel II, 1831.

1

Inderdaad, terwijl de ambtenaar van het B. B. bij de ontwikkeling van den Gouvernements-koffieaanplant nog immer zijn voorname werkzaamheid vindt, is hij wel gedrongen om de grootste aandach. te wijden aan de bepalingen, die de gewone jaarlijksche regeling van den aanplant beheerschen; want zij bevatten zoo al niet immer volstrekte voorschriften, dan toch grondbeginselen, waarvan men niet zonder aan te voeren redenen, voortvloeiende uit plaatselijke of toevallige omstandigheden, mag afwijken. Aldus worden de gewestelijke ambtenaren ieder jaar vanzelf geroepen tot de oplettende overweging der hoofdregelen omtrent dezen tak van administratie, en wijl zij allen in het Bijblad op het Staatsblad van N.-I. ter openbare beoordeeling staan, behoefde ik niet te schromen om de vruchten mijner ernstige overdenking daaromtrent in een uitvoerig opstel, handelende over de statistiek der koffiecultuur, ter neder te leggen. Intusschen wordt tot deze statistiek tevens een onderwerp gerekend, dat er slechts meer middellijk bij behoort, te weten: de boekhouding van de gronden speciaal aan de koffiecultuur gewijd, en nu schijnt het voor de duidelijkheid der behandeling geschikter

eerst als een zaak op zich zelve, als een inleiding, zoo men wil, die grondenstatistiek te bespreken.

om

I.

De kiem eener registreering van den Staats-koffiegrond vinden wij in het Gouvernementsbesluit dd. 3 Nov. 1871 no. 11, Bijblad no. 2508. Toen werden er geheel nieuwe koffiestaten gewettigd, onder intrekking van het stel, dat nauw twee jaren te voren, nl. bij Besluit van 24 Juli 1869 no. 1, Bijblad no. 2255 gegeven was. Dat besluit van 1869 had men nl. ingetrokken wegens de verregaande ondoelmatige inrichting der registers; maar hoe noode zich de geest van vereenvoudiging ontwikkelde, getuigde o. a. de nieuwe LeggerVoorstelstaat B, die zeventig kolommen telde! In de eindelooze kolommengaanderij lag een rubriek 9 verscholen, luidende:

UITGESTREKTHEID IN BOUWS DER NOG AANWEZIGE VOOR TUINKOFFIE GESCHIKTE EN BINNEN EEN VOEGZAMEN AFSTAND GELEGEN GRONDEN;

een rubriek, die zich wijders in drie kolommen vertakte, nl.

a. Naar schatting aanwezig op ultimo Maart (van het jaar, dat den betrokken legger voorafging);

b. Sedert verminderd of vermeerderd met (hoeveel bouws);

c. Naar schatting beschikbaar blijvende op ultimo Maart (van het jaar, waarover de legger liep).

Overigens eenvoudig genoeg; en de toelichting daarop was even bondig. „Zooals uit de bewoordingen dezer rubriek blijkt”, luidde zij, kan de uitgestrektheid der hier bedoelde gronden bij benadering worden opgegeven, en behoeven dus geene opmetingen, waaraan veel werk verbonden is, plaats te hebben."

De statenverordening van '71 mocht het echter ook niet veel langer dan twee jaren uithouden: immers bij Gouvernementsbesluit dd. 14 Mei 1874 no. 10, Bijbl. no. 2917, trok men weder de gansche verzameling in, om er nogmaals een geheel ander stel voor in de plaats te geven. Bij den aldus ontvangen nieuwen Voorstelstaat kreeg men voor het eerst, en wel zonder toelichting, een rubriek voor gereserveerde gronden, vervangende de vroegere algemeene aanwijzing van gronden „nog voor de koffiecultuur geschikt”.

Sinds hadden wij dus, speciaal dank zij de Agrarische wet, drie soorten van „reserveeringen” door den Staat:

le Staatsdomein: dit is van het dèsa-gebied „afgebakend”, wijl de dèsa daarop geen rechten mag doen gelden ;

2e Administratieve kringen, waarbinnen uitsluitend de Staat als koffieondernemer optreedt; eindelijk

3e Gronden, speciaal aangewezen om door de Staatscultuur vroeg of laat in beslag te worden genomen.

Deze laatste reserveering is de allerheiligste; want dien grond mag niemand tot eigen gebruik aanwenden, terwijl Staatsdomein overigens nog ieder Europeaan of inlander kan aanvragen, mits het niet behoore noch tot sub. 2, voor

men ook een koffieonderneming zou willen beginnen, noch tot sub. 3, voor welk doel dit dan ook aangevraagd.

Al die reserveeringen sluiten echter niet juist in elkander, en zoowel hierom als omdat de inlander geen begrip van ,,Staat" heeft, wordt het hem, ja, zelfs den Europeaan, eenigszins lastig om een helder inzicht dezer agrarische zaken te bekomen. ') Het reserveeren

Zoover

') In mijn opstel over de intrekking der ervenbelasting wees ik mede op de schromelijke verwarring van denkbeelden, die omtrent deze agrarische reserveeringen allengs bij het Binnenlandsch Bestuur gaan woekeren. De verwarring wordt nog grooter doordien de Europeesche ambtenaren, van Staatsdomein sprekende, toch natuurlijk voor de plaatselijke aanwijzing moeten blijven vermelden het gebied tot welke dèsa het domein administratief behoort. Men heeft dus grond tot Staatseigendom verklaard, om onmiddellijk daarop te doen hooren: nitoe tanah toeroet disa apa?" De inlander, de verlichtste niet uitgezonderd, begrijpt er niets meer van.

« ZurückWeiter »