Abbildungen der Seite
PDF
EPUB
[ocr errors][ocr errors][ocr errors]
[blocks in formation]

BIJLAGE.

20

40

50

50

Jaarlijks kan ieder dienstplichtige ongeveer aanplanten:

hoeveel boomei..

[merged small][merged small][ocr errors]

leder dienstplichtige kan ongeveer in het geheel onderhouden:

hoeveel boomen.

DER BEVOLKING.
DE KRACHTEN

MET
ENKEL IN VERBAND

De bijplant is reeds gestaakt.

10

12

16

20

(4) Dus het maximum heeft de dèsa bereikt in + hoeveel jaren:

(3) )

8

[merged small][ocr errors][merged small]

Bij lageren leeftijd de jaarlijksche taak (3) beperkt tot

hoeveel jaren.

REGELING VAN DEN AANPLANT

[ocr errors]

25

20

DEN

BOOMEN.
LEEFTIJD DER
GEBRACHT MET
NADER IN VERBAND

20

40

30

Bij hoogeren of eenerlei leeftijd zal het onderhoud- max. (4)

verdeeld worden over hoeveel jaren.
De jaarlijksche taak wordt alzoo: of (3) ingeval van (6): of

(4)
in geval (7): hetzij (3), hetzij

(7) En het maximuin-onderhoud boomen wordt: of (4) ingeval

van (7); of (3) X (6) in geval (6).

30

160

240

800

NOG VOOR DE KOFFIECULTUUR BESCHIKBAAR

20

CONTROLE-AFDEELING

op

[blocks in formation]

3 200

7 200

32 000

42 000

62 400

(11)

Dus de dèsa kan aan boomen ten onderhoud nimmer

meer erlangen dan: (9) X (10).

AANPLANT.

VOOR DEN LEVENDEN

[ocr errors]

LEGGER VAN

[blocks in formation]

BENO ODIGDE

2

[ocr errors]

(13)

[ocr errors]

41

Dat is jaarlijks: òf

[ocr errors]

(6)

(7)

20

9

6

Hoeveel jaren noodig.

LIGC

BRA

OA

IN

[blocks in formation]

OR

AK

HIERVAN REEDS VOORHANDEN AAN TER

HERPLANTING GESCHIKTEN GROND

IN BOUWS AAN

ING.

Vereischende dus aan bouws (13) * (14).

Totaal voor onderhoud en braakligging: (12) + (15).

Levende Tuinen.

Afgeschreven Tuinen.

Totaal: (17) + (18).

Dus heeft de dèsa nog voor de cultuur noodig:

(16) — (19) bouws. In 18.. kon daarvoor aangewezen worden ongebruikte grond

van de dèsa No.

Die den naam draagt van

En gelegen is op een afstand der plantende dèsa van hoeveel palen.

Tot eene uitgestrektheid van hoeveel bouws.

Zijnde het totaal dat van iedere dèsa aan eigen grond wordt

gereserveerd hoeveel bouws.

(15)

(16)

(17)

(18)

(19)

(20)

(21)

(22)

(23 )

(24) (25)

[merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][ocr errors][merged small][merged small][merged small][merged small][ocr errors][merged small][merged small][ocr errors][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][ocr errors]

OPHELDERING.

NB. Elke opheldi ring ga vooraf door het no, der dèsa waarop zij betrekking heeft.

1. Geen grond is meer voorhanden.

2. De tuinen worden wel ouder dan (7) maar wordt verkozen (3) door te planten, en dan eventueel eenige jaren bijplant staken.

3. Wijl de leeftijd toch hooger is dan (5), wordt de jaartaak beter, door haar te verminderen.

4. Braakligg. (4) eigenl. 3 jaren voldoende, doch wegens overvloed grond hooger gesteld.

5. Gemis

aan grond. Over 10 jaar zal afgeschr. tuin (18) weder gebruikt kunnen worden,

6. Er is wel eigen grond, maar te slecht. Cijfers (3) en (4) zoo gering wegens verren afstand (23).

32.

De Atjeh-oorlog in Nederland.

Van vele boeken te maken is geen einde.

DE PREDIKER.

1. Open brieven aan den heer G. F. W. Borel, Kapitein

der artillerie, enz., door Niclou. - (overgedrukt uit

de Locomotief.) Samarang, de Groot, Kolff & Co. 1879. 2. Drogredenen zijn geen waarheid, door G. F. W. Borel,

Kapitein der Artillerie. 's-Gravenhage, Henri J. Stem

berg. 1880. 3. Generaal van Swieten en de Waarheid, door den Luite

nant-Generaal G. M. Verspyck, Adjudant-Generaal des

Konings. 's-Gravenhage, Henri J. Stemberg. 1880. 4. De Luitenant-Generaal J. van Swieten contra den Luite

nant-Generaal G. M. Verspyck. Zalt-Bommel, Joh. Noman & Zn. 1880.

De gepensionneerde kapitein H. A. A. Niclou zegt op bladzijde 241 van zijn tot een bundel vereenigde brieven, dat generaal van Swieten zes achtereenvolgende jaren is gesard, gemarteld en vertrapt. Niet minder! Den lezer kunnen wij meedeelen, dat de kwellingen, waaraan de »verguisde grijsaard” ') een balf dozijn jaren lang heeft blootgestaan, hem gelukkig niet hebben gehinderd. Wat er in het bingenste van kapt. Niclou is omgegaan, toen hij op bladz. 155 ) het getuigenis las van generaal v. Swieten: » Maar ik sta nog ongedeerd, en even krachtig als te voren om de aanvallen te pareeren en te riposteeren", is misschien niet te beschrijven.

Ziedaar, lezer, een tegenstelling, niet ontleend aan de geschriften van een paar »tegenstanders”; maar aan die van »geestverwanten".

1) Open brieven blz. 144.

*) De Luitenant-Generaal J. van Swieten contra den Luitenant-Generaal G. M. Verspyck.

« ZurückWeiter »