Abbildungen der Seite
PDF
EPUB

DE JAPARASCHE VEREENIGING VAN SUIKERFABRIKANTEN

IN 1880.

Bij gelegenheid dat er. te Majong een vergadering gehouden werd om een gezamenlijk adres aan den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, betreffende de in Japara van bestuurswege genomen maatregelen tegen miltsuur te bespreken, opende de heer E. G. R. Mossou een discussie over het wenschelijke der oprichting van een Vereeniging voor suikerfabrikanten, en eenige maanden later was tot die oprichting definitief besloten.

Sedert werd in 1880 viermaal een vergadering gehouden, en elk dezer bijeenkomsten werd door de leden trouw bezocht.

In hooge mate toonde de Vereeniging belangstelling voor de quaestie der suikerkeuringen. Zij trad daarover in een uitvoerige correspondentie met de Semarangsche Handelsvereeniging en trachtte deze te winnen voor het denkbeeld, om de tegenwoordige wijze van suikerkeuren te verlaten, en tot het koopen op titrage over te gaan.

Dat resultaat werd echter nog niet bereikt.

Dikwijls ook kwam het chloorcalciumprocédé van den heer Eydman ter sprake, dank zij de prachtige resultaten te Trangkil verkregen. » Door den administrateur dier onderneming werden reeds één maand na de toepassing de volgende cijfers eener genomen proef medegedeeld, waartoe genomen waren tien potten hoofdsuiker volgens de oude bewerking en tien potten met chloorcalcium behandeld. Gewone bereiding.

Chloorcalcium. vulmassa 2110 A.

1987 A. droge suiker No. 15. 1149.

No. 18. 1176 A. dus 544 %

dus 59'/5 % of 10 % droge suiker uit de vulmassa en drie nommers in kleur meer.

» Waar zulke cijfers spreken, zijn ons inziens verdere commentariën overbodig

> Herhaalde malen werden monsters zoowel van hoofd- als van stroopsuiker ter tafel gebracht, en steeds wekte het glanzige, harde en vooral kurkdroge grein zelfs der derde stroopsuiker de algemeene bewondering. - Ook wat de handelswaarde als ruwe suiker aangaat onderscheidde deze suiker zich. - Hieronder volgen ter staving eenige suiker-analyses door den heer A. Bochardt te Batavia gemaakt.

Hoofdsuiker No. 9 na twee dagen Afscheepmonster van ruim 8300

5

'

kleien gedroogd en kurkdroog pikol hoofdsuiker N". 14.

geworden. Kristalliseerbare suiker 99.25 Kristaliseerbare suiker 98.75 Glucose 0.25 Glucose

0.40 Asch 0.11 Asch

0.27 Watergehalte 0.29 Watergehalte

0.48 Organische rietsuiker. 0.10 Organische rietsuiker. 0.10 100.00

100.00 Handelswaarde. 98.45

Handelswaarde. 97.00

.

.

[ocr errors]

Eerste Stroopsuiker.

Analyse van derde stroopsuiker

van Dr. Waitz. Kristalliseerbare suiker 95.75 Kristalliseerbare suiker 94.00 Glucose 0.75 Glucose

3.65 Asch 0.63 Asch

1.10 Watergehalte 0.69 Watergehalte

0.63 Organische rietsuiker . 2.18 Organische rietsuiker. 0.62 100.00

100.00 Handelswaarde. 91.85

Handelswaarde. 84.83 »Door denzelfden administrateur werd alsnog op onze in October en November gehouden vergaderingen medegedeeld, dat hij op aanraden van den heer Eydman sedert de eerste dagen van Augustus al zijne stroopsuiker, tot muscovados gecentrifugeerd, met goed gevolg en zonder verlies weder door het sap verwerkte. Tot staving hiervan werden de volgende cijfers medegedeeld: van 16 7.. 31 Juli waren verwerkt 1 545 600 liters sap, waarvan verkregen 1842 kooksel groote pan à 105, en 25% kooksel kleine pan à 60 pikol = 3 472 pikol suiker. Van 16 %. 31 Augustus waren verwerkt 1 655 000 en van 1/15 September 917 000 liters sap; de resultaten van 16 ... 31 Juli tot basis nemende, had hiervan moeten verkregen worden 3718 en 2060 pikol; er werd echter verkregen 22 42 kooksel groote à 105 en 46 % kooksel kleine pan à 60 = 5 152 Y en 15 kooksels groote à 105 en 21 kooksels kleine pan à 60 = 2 835 picol, dus | 434 4:2 en 775 pikol meer, zijnde dit het resultaat van 1 561 14 en 850 %, pikol overgesmoltene eerste en tweede stroopsuiker.

Het verkregen eindcijfer van Trangkil toont trouwens, dat in deze werkwijze niet gefaald is: voor een pikol Krandjang-suiker was benoodigd 1037/

100 pikol riet en 367 liter sap, terwijl aan procenten van de vermalen hoeveelheid riet aan krandjang-suiker verkregen zijn : hoofdsuiker. .

8.25 % le stroopsuiker

0.71 2e stroopsuiker

0.40 » 3e stroopsuiker

0.28 Totaal productie

9.64 % Bij deze berekening zijn + 1500 pikol zaksuiker buiten beschouwing gelaten

Verder werden op de vergadering o.a. de resultaten van de Hauptsche stookinrichting, de analyse van Peruguano van Ohlendorff en Co. medegedeeld.

Bij gouvernementsbesluit van 20 Februari 1881 werd de Vereeniging als rechtspersoon erkend.

President is de heer H. J Staverman, secretaris, tevens penningmeester, de heer E. G. R. Mossou.

Beiden en in 't algemeen den leden der Japara-Vereeniging wenschen wij een beleidvolle volharding toe. De oprichting van dergelijke lichamen in den Oosthoek, in Tegal en in Japara is, meenen wij, een yoed teeken.

1

[ocr errors]

>>

[ocr errors]

DE VAART DOOR HET SUEZ-KANAAL. .

>>

In 1889 passeerden 2026 schepen het Suez-kanaal; daaronder waren 70 Hollandsche, metende 174 48.3 ton. Sinds 1870 was de scheepv.art. beweging :

486 schepen, metende 435 911 ton in 1870 ;
765

761 467 » 1871;
1082

1 439 169 » 1872; 1173

2 085 072

1873; 1264

2 423 672 >> » 1874; 1494

2 940 708 > 1875; 1457

3 072 107 » 1876; 1663

3 418 949 » 1877; 1593

3 291 535 » 1878; 1477

3 236 942

1879: 2026

4 349 548 » 1880.

>>

>>

>>

[ocr errors]

>>

[ocr errors]

Het bovenstaande is ontleend aan het laatste verslag van den Nederlandschen consul.

DE WET VAN SULTAN ADAM VAN BANDJERMASIN

VAN 1835

DOOR

A. M. JOE KES.

· De voorlaatste Sultan van het rijk van Bandjermasin was Sultan Adam,

Zijne regeering (1825-1857) kenmerkte zich zeker niet door kracht en rechtvaardigheid.

Te opmerkelijker is het dat juist hij de eenige vorst is geweest die eene wettelijke regeling maakte, met het goede doel althans om eenige orde in zijn rijk te brengen.

Het bestaan van dat reglement wordt vermeld in de Bandjermasinsche Krijg van W. A. van Rees, deel 1, pag. 26.

Nergens is echter iets naders dienaangaande bekend gemaakt en toch verdient het de aandacht.

Wel heeft dat reglement sinds lang geen kracht van wet meer maar sommige bepalingen vooral omtrent het grondbezit, waren althans tot ultimo 1877 toen schrijver Borneo verliet – in de afdeeling Amoentai nog als » hadat” geldig.

Voorts kan uit dergelijke stukken zeer 'stellig kennis worden geput omtrent den toestand van land en volk.

Gelijk in bijna alle dergelijke documenten zoo is er ook in dit een opvallend gebrek aan volledigheid en aan methode terwijl bovendien niet alle exemplaren woordelijk gelijkluidend zijn. Dit laatste is lichtelijk verklaarbaar doordien de vermenigvuldiging plaats moest vinden door overschrijven - waarbij dan somtijds de omstandigheid kan zijn gekomen, dat de copiiëst in zijn particulier belang wel eens eene fout wilde maken (vide het aangeteekende op art. 17).

Over het algemeen zijn evenwel de afwijkingen in den tekst der verschillende exemplaren niet zeer groot - zoodat de twee copieën in mijn bezit geheel voldoende zijn om het reglement te doen kennen.

Eéne daarvan was zelfs indertijd voorzien van het zegel des sultans, de tekst daarvan zal als regel worden gevolgd bij de vertaling en geheel aan het slot van dit opstel worden overgenomen. Daar zal ook de oorspronkelijke volgorde der artikelen worden behouden maar aangezien de 31 artikelen waaruit het reglement bestaat zoo ongeordend achter elkaar zijn gesteld als slechts eenigszins mogelijk is zoo zullen wij in dit opstel ons van die volgorde losmaken en die artikelen bijeenvoegen die eene zelfde cathegorie van zaken behandelen. Het reglement vangt aan met deze considerans:

In het jaar 1251 op Donderdag den vijftienden dag van de maand al'moharam, 's

morgens te negen ure, heb ik Sultan Adam deze verordening uitgegeven voor al mijne onderdanen opdat hun godsdienst en hun geloof volmaakt worden en opdat tusschen hen niet veelvuldige geschillen inogen bestaan zoomede dat het den rechter. gemakkelijk moge worden recht over hen te spreken.

Ik hoop zeer dat al hunne verhoudingen door deze mijne verordening geregeld (goed) mogen worden.

Deze verordening bevat de volgende artikelen : De zeer nauwkeurige tijdsbepaling van de uitvaardiging dezer verordening is zeker tot niets nut - maar 't is bekend dat vele Maleische geschriften op dat punt even nauwkeurig zijn.

Ware die nauwkeurigheid overal doorgevoerd, dan zoude het reglement beter beantwoord hebben aan het goede doel in de considerans aangegeven.

Eerst zullen wij nu laten volgen de artikelen die over den godsdienst handelen.

Artikel 1. Ik gelast aan al mijne onderdaneu: mannen en vrouwen, om het het oude orthodoxe geloof (dat der sonnieteu) te omhelzen, dat daar niemand zij, die een kettersch geloof aavhauge.

En aan elkeen die mocht hooren rap menschen die eenig ander geloof dan het orthodoxe aankleven gelast ik om daarvan aan den rechter kennis te geven en deze zal de zaak onderzoeken.

Indien werkelijk hun geloof verkeerd is dan gelast ik deu rechter hen te bekeeren en te onderrichten in het ware geloof en indien zij weigeren zich te bekeeren dan moet de rechter mij daarvan kennis geven.

Artikel 2. Aan al de notabelen in de kampongs gelast ik om langgars (bidkapellen) op te richten opdat door hen, met allen over wie zij gezag hebben, op de daarvoor vastgestelde ureu het gemeenschappelijk gebed worde verricht en ik gelast hen om allen over wie zij gezag hebben te geleiden naar de gemeenschappelijke gebeden en iederen Vrijdag naar het Vrijdagsche gebed en indien er zijn die weigeren (daarheen te gaan) zoo geve men mij daarvau kennis.

« ZurückWeiter »