Abbildungen der Seite
PDF
EPUB

en

dien arbeid mogelijk te maken en te verlichten door het aaubrengen van het noodige materiaal. Wij vragen namelijk naar inscriptiën van moskeën, van scholen

van heilige graven. Nauwkeurige afschriften of afdrukken, liever nog photographieën, mits niet te klein en onduidelijk, zende men ons, met opgaaf der plaats van herkomst. Het Kon. Institnut zal die bijdragen gaarne aannemen en de ontvangst berichten.

Zoodra de gegevens voor sommige punten genoegzaam licht verschaft hebben, zoodat daarvoor het onderzoek is afgeloopen, of althans eenige belangrijke uitkomst is vastyesteld, zal dit in de Bijdragen vermeld worden, om den berichtgevers onnoodige moeite en herhaling te besparen. Later kan eene overzichtskaart, opgemaakt in den trant als hier verder beschreven wordt, de dan noodzakelijke ophelderingen en beperkingen aanwijzen. Doch in den eersten tijd zullen alle volledige inlichtingen welkom zijn.

[ocr errors]

»Het bovenbedoeld onderzoek der Hindoe-oudheid is, wat Juva betreft, thans reeds zoo ver gevorderd, dat hiervoor eene aanwijzing der resultaten mogelijk en wenschelijk is. Zulk eene aanwijzing kan wellicht het best worden verschaft door eene kaart van Java of deelen er van, waarop alle plaatsen der bekende Hindoe-monumenten duidelijk zijn aangegeven, de twijfelachtige met een vraagteeken of met een teeken dat naar eene nadere omschrijving van den twijfel verwijst. De verschillende perioden kunnen op die kaart door verschillende kleuren aangeduid worden, zooals bij voorbeeld op de historische kaart van Veth, »Java," II, is geschied. Waar een nog juistere opgaaf van tijd mogelijk blijkt, kan deze door een daarnevens geplaatst jaartal worden aangegeven. Voegt men daarbij nog een teeken om te verwijzen naar een lijst der schrijvers op wier mededeelingen deze opgaaf steunt, zoo geeft men, op eenvoudige doelmatige wijs, een volledig overzicht van hetgeen men omtrent deze zaak meent te weten, en de gronden waarop het resultaat berust. Zoo doende stelt men iederen belangstellende in staat deze gegevens naar vermogen te verbeteren, aan te vullen of te bevestigen. De vervaardiging eener zoodanige kaart met register is dus, tot aansporing van verder onderzoek, zeer aan te bevelen.'

[ocr errors]
[ocr errors]

»Of het mogelijk is, omtrent den zoogenaamden vóórhistorischen tijd van den Indischen Archipel inlichtingen te verkrijgen, valt vooralsnog moeilijk te beslissen. Doch pogingen hiertoe zouden evenzeer op doelmatige wijs zijn te beproeven. Te Leiden, te Batavia en elders bestaan verzamelingen van steenen werktuigen en wapenen uit den Indischen Archipel. Voor zoover de vind plaatsen dezer voorwerpen bekend zijn, kan een opgaaf en omschrijving hiervan wellicht aanleiding geven tot een vergelijking met meerdere dergelijke, van dezelfde plants afkomstige voorwerpen en aldus misschien eenig licht verschaffen omtrent de oudste bewoners dier plaats.

Daarom zal voortaan ieder, die in Indië zulke zaken vindt, de wetenschap dienen door deze voorwerpen naar hier op te zenden met vermelding van vindplaats en bijomstandigheden. Mogelijk opent eene zoodanige verzameling uitzicht op vruchtbaar en degelijk onderzoek.” Noord-Borneo. Nevens de vele bijdragen die er bereids over dit deel van den Indischen Archipel werden geleverd, zoowel over de nederzettingen van James Brooke en Overbeck, als over de handhaving opzer souvereiniteitsrechten in dat gedeelte van ons overzeesche rijk, zij de aandacht gevestigd op eene belangrijke voordracht over Serawak en Noord-Borneo, in het laatste April-nommer der » Proceedings of the Geographical Society” opgenomen, en gehouden door William M. Crocker, die gedurende zestien jaar in het bestuur van het rijk van Radja Brooke is geweest. Benevens een uitvoerige kaart, werden er nog door de bh. Alfred Dent en W. Lochart eenige opmerkingen aan toegevoegd, ook aangaande de Noord-Borneo-Compagnie van von Overbeck en hare vooruitzichten.

[ocr errors]

Waja ng poppen. Onder den titel van » The Leyden Ethnographical Museum" zal voor rekening dier instelling ingevolge machtiging van den Minister van Binnenlandsche Zaken een plaatwerk in kleurendruk worden uitgegeven, bevattende de serie der wajang poppen; nog in dit jaar zal de eerste aflevering 't licht zien, terwijl telkens in de maanden Januari en Juli de vervolgen er van zullen verschijnen. Aan den Hoogleeraar Veth is het toezicht over dezen arbeid opgedragen, die daaraan een inleidend woord zal toevoegen. Volgens het > Aardrijkskundig Weekblad" zullen de ramen dergenen die het Museum door hunne schenkingen verrijkt hebben, in chronologische volgorde in het werk vermeld worden. De dramatis personae van reeds uitgegeven wajang-verhalen zullen het eerst worden afgebeeld, zoodat het werk voor de bezitters dier verhalen eene beteekenis te meer zal hebben.

Mededeelingen aangaande het Rijks ethnographisch Museum. In het » Aardrijkskundig Weekblad”, dat thans het orgaan is geworden van het Rijks ethnographisch Museum, onder redactie van Dr. G. J. Dozy, wordt, onder genoeind opschrift, eene rubriek geopend, waarin tal van wetenswaardige bijzonderheden vermeld zullen worden zoowel omtrent de rijke schatten als de vele aarwinsten dier instelling. Zal de beschrijving er van zeker aan de vele belangstellenden in onze koloniale ethnographie niet dan hoogst welkom zijn: meer bepaald zij thans hunne aandacht gevestigd op de bereids geleverde IIe bijdrage, welke gewijd is aan de beschrijving van de merkwaardige collectie Indische muziekinstrumenten en boekwerken over muziek en schilderijen, door den Rajah Sourindro Mohun Tagore, Mus. Doct. te Calcutta, aan het Museum ten geschenke gezonden. In den loop der maand Maart 11. bracht de heer Dan. de Lange, op verzoek van den Conservator van het Museum, Mr. Serrurier, een bezoek aan die instelling met 't doel om de gezonden collectie in oogenschouw te nemen. In dat bezoek vond de heer de Lange aanleiding om er een en ander over meê te deelen, dat alleszins uitlokt tot eene nadere kennismaking met de belangrijke verzameling van Japansche, OostIndische en Hindoesche instrumenten.

Maleisch-christelijke lectuur. Door de Vereeniging ter verspreiding van . Maleisch-christelijke lectuur te Batavia werd onlangs haar 25e verslag, en wel over 1880, aangeboden. Daaruit blijkt dat zij steeds voortgaat met de verspreiding van door haar nuttig geoordeelde geschriften onder de inlanders en inlandsche christenen. Gedurende het afgeloopen jaar werden 4000 Maleische tractaatjes door haar gedrukt en verspreid, alsmede 1000 exemplaren van een bijbelsch Maleisch almanakje. Een van de werkjes der Vereeniging, de Bijbelsche geschiedenis, Torat dan Indjil, was reeds uitverkocht, waarom door het Bestuur besloten werd een nieuwe oplaag van 1000 exemplaren van dit boekje ter perse te leggen. Naar heinde en ver werden de boekjes en tractaatjes der Vereeniging gezonden, terwijl de aanvragen daarnaar steeds toenamen, en wat hare stoffelijke middelen aangaat, het batig saldo over 1880 bedraagt ongeveer f 2000, dat het Bestuur gaarne zou zien klimmen, opdat de werkring der Vereeniging meer en meer zou kunnen worden uitgebreid en zij steeds volkomener aan haar doel beantwoorden.

Dat het ernstig streven der Vereeniging verder met een gunstiger uitslag moge worden bekroond en haar eene steeds toenemende belangstelling moge ten deel vallen niet enkel in Indië, maar vooral ook onder de christenen in Nederland, is zeker een wensch, dien velen met ons deelen.

Ja pansch woordenboek. Door het Japansch Gouvernement wordt te Yeddo een omvangrijk woordenboek in het Japansch, Fransch, Engelsch, Duitsch en Hollandsch uitgegeven; bijna uitsluitend zal het woorden bevatten, welke op het zee- en krijgswezen betrekking hebben. Het wordt bezorgd door Harada-Kadumite, die herhaaldelijk te Parijs geweest is en er zijne studiën gemaakt heeft, en zal het eerste woordenboek zijn, dat op europeesche wijze wordt gedrukt; een atlas met teekeningen zal er aan toegevoegd worden.

Ja pansche en Chineesche boeken en handschriften. Deelden wij eenigen tijd geleden den aankoop mede, voor de Bibliotheek der Leidsche Universiteit

, van een belangrijke verzameling Chineesche geschriften, dezer dagen werd bericht, dat op last van Zijne Excellentie den Minister van Binnenlandsche Zaken uit het Rijks Ethnographisch Museum naar de Academische Bibliotheek werden overgebracht de Japansche en Chineesche boeken en handschriften, grootendeels afkomstig van de heeren Ph. Fr. von Siebold, Cock Blomhoff, van Overmeer Fisscher en Donker Custius, om aldaar bij de Orientalia te worden ingelijfd. Alleen blijven thans nog bij het Museum in bewaring: de doubletten om tot ruiling tegen ethnographica te dienen; de plaatwerken in het algemeen, en de geillustreerde werken handelende over de zeden en gewoonten, bedrijven enz.; boeken, die kunnen dienen als specimina van Japansche druk-, schrijfen graveerkunst en eene kleine collectie, de hoofdsoorten der Japansche literatuur vertegenwoordigende. De beide laatste rubrieken werden intusschen hoofdzakelijk uit de doubletten bijeengebracht.

NIEUWE UITGAVEN.

IN NEDERLAND EN NEDERLANDSCH-INDIE.

A a. (P. J. B. C. Robidé van der), De groote Bantamsche opstand in het midden der vorige eeuw, bewerkt naar meerendeels onuitgegeven bescheiden uit het oud-koloniaal archief met drie officieële documenten als bijlagen. Overgedrukt uit de Bijdragen tot de taal, land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indie. 's Gravenhage, M. Nijhoff. 1881. 8°. (II. 127 blz.)

Almanak Orang Mesehi pada tahun 1881. Penara A. de Lange di Tanawangko. 1881. 8o. 50 blz.

Aryo Djojo Koesoemo (Raden), Madureesch rekenboek over heele en gebrokene getallen vertaald uit het Javaansch in het Madureesch, Batavia. Landsdrukkerij. 1878. 8o. (II, 158 blz.)

Birnio (G.), De invloed van de Hindoe-beschaving, ook met betrekking op Java. Twee lezingen. Deventer, W. Hulscher G. Jz. 1881. 8o. (IV, 99 blz.) f 0.90

Cordes (J. W. H.), De djati-bosschen op Java, hunne natuur, verspreiding, geschiedenis en exploitatie. Batavia, Ogilvie & Co. 1881. 8o. f 12.00.

Cornelia, Kokki Bitji (Betje de Keukenmeid), atan Kitab Masak-Masakan India. Te veel vermeerderde druk. Batavia-Rijswijk, Visser & Co. (Leiden, B. Blankenberg, firma Couvée & Co.) 1881. 8°. (XVI, 212 blz.) f 3.

Graaf (C. de), Skola ma boekoe. Gemina ma sinotto iwisi goesie Wowolanda po Gogalela. Utrecht, Kemink & Zoon. 1881. 8o.

Matthes (Dr. B. F.), Aardrijkskunde van Neêrlındsch Oost-Indië, in het Boegineesch bewerkt. Uitgegeven voor rekening van het Nederlandsch-Indisch gouvernement. Makasser, B. Ch. Brugman. 1880. 8°. (194 blz.)

Mens (J. P. G. van), Beri-beri. Het ontstaan, de verklaring en de eenvoudigste geneeswijze dezer ziekte. le helft. Makassar, B. Ch. Brugman. 1881. 8o. (38 blz.) Raad (Een Vrienden-). Batavia, H. M. van Dorp & Co 1881. 8°. (16 blz.)

(Over het verderfelijke van het houden van bijzitten in de Indo-Europeesche Maatschappij.) Smits (J. C. J.), Gedenkboek van het Koloniaal-Militair Invalidenhuis Bronbeek. Opgedragen aan Z. M. den Koning, Stichter en Beschermheer. Arnhem, P. Gouda Quint. 1881. 4o. (blz. 73–96 en 12 platen.)

Sijthoff (A. W.), In Memoriam. (Aan G. Kolff's nagedachtenis gewijd). Leiden, 10 Mei 1881. 8o. (Met portret.)

Tadama (Mr. W.), Mijn gedwongen aanstaand ontslag uit 's lands dienst eershalve. Batavia, Ogilvie & Co. 1881. 8o. f 2.00; franco per post f 2.20.

Verbeek (R. D. M.) en R. Fennema, Nieuwe geologische ontdekkingen op Java. Met een bladteekening: (Uitgegeven door de Kon. Akad. van Wetenschappen te Amsterdam.) Amsterdam, Joh. Müller. 1881. 40. (31 blz. en 1 pl.) f 0.85.

Verbeek (R. D. M.), Geologische aanteekeningen over de eilanden van den Nederlandsch-Indischen Archipel in het algemeen en over de fossielhoudende lagen van Sumatra in het bijzonder. (Uitgegeven door de Kon. Akad. van Wetenschappen te Amsterdam.) Amsterdam, Joh. Müller. 1881. 4°. (28 blz.) f 0.70.

Wijnmalen (Dr. Th. Ch. L.), Verslag over den staat der bibliotheken van het Koninklijk Instituut voor de taal-, land- en volkenkunde van NederlandschIndië en het Indisch Genootschap. ' 's Gravenhage, (H. L. Smits). 1881. 8o. (II, 45 blz.)

IN HET BUITENLAND.

Annali del Museo civico di Storia naturale di Genova publicati per cura di G. Doria en R. Gestro. Vol. XVI. 1880–81. Genova, Tipografia del R. Istituto Sordo-muti. 1880. 8°.

Hierin weder vele belangrijke mededeelingen over Nieuw-Guinea, Borneo, enz. Bulletin trimestriel des nouvelles publications relatives à la linguistique, aux religions et à l'bistoire des peuples de l'Orient. de l'Asie, de l'Afrique, de l'Amérique et de l'Océanie. Paris, Maisonneuve & Cie. 1881. 8o. No. 4. (32 pp.)

Coran (Le), texte arabe de Flügel, revu et publié par Gustave Redslob Nouvelle édition. Paris, Maisonneuve & Cie. 1881. 80. (535 pp.) fr. 20.

Cust (Robert Needham), Pictures of lodian life sketched with the pen, from 1852 to 1881. With Maps. London, Trübner & Co. 1881. 8o. (X, 346 pp.) f 4.90.

Feer (Léon) Études bouddhiques. Le livre des cent légendes (Avadana, Çatuka) Comment on devient Buddha. Paris, 1881. 8°. (112 pp.) fr. 4.

(Extrait du Journal Asiatique.) Gibert (Eugène), L'Inde Française en 1880. Paris, Challamel ainé. 1881. 8'. (14 pp.)

Godet (Georges), Les Japonais chez eux. Étude d'hygiène. Paris, J. B. Baillière et fils. 1881. 8o. (87 pp.) f 1.40.

Guthrie (Mrs.), Life in Western India. London, Hurst and Blackett. 1881. 2 vols. 8o. I (VIII, 320 pp.); II (VIII, 292 pp.) f 13.65.

Köhlers (K. F.) Antiquarium in Leipzig. Catalog No. 349. Orientalia. Leipzig, 1881. 8o. (58 s.)

oldfield (Henry Ambrose), Sketches from Nipal, historical and descriptive with anecdotes of the court life and wild sports of the Country in the time of Makaraja Jang Bahedur, G. C. B. To which is adi ed an essay on Nipalese Buddhism, and illustrations of religions monuments, architecture and scenery, from the Author's own drawings. London, W. H. Allen and Co. 1830. 8°. I (X, 418 pp.); II (VI, 364 pp.)

Society for the suppression of the Opium trade. Fifth appual report and proceedings of the annual public meeting, 1881. Published for the Society, by Dyer Brothers, Amen Corner, Paternoster Row, London, 1881. So. (48 pp.)

Tables (Statistical) relating to the colonial and other possessions of the United Kingdom. Part XVI. 1876—7—8. Presented to both Houses of Parliament by Command of Her Majesty. London, G. E. Eyre and W. Spottiswoode. 1881. folio. (XII, 551 pp.) 6 8.

« ZurückWeiter »